Een wonderlijke ontdekking


Boeddha

Afgelopen week heb ik een verhaal geschreven over Roelof van Dam. De man die aan de kant werd gezet toen zijn talenten niet meer nodig waren, waarna hij de weg volkomen kwijt raakte.

Net zoals één van mijn vaste lezers heb ik me vaak afgevraagd hoe het Roelof verder is vergaan. Is hij de buitensluiting die hij ervaren heeft te boven gekomen?

Ik wist het niet. Tot afgelopen zondag, Eerste Paasdag.

Roelof is op 58 jarige leeftijd overleden.

Ik vind het bizar hoe ik deze kennis heb opgedaan.

Op de Eerste Paasdag was ik met mijn schoonmoeder en mijn vrouw Ineke bij het graf van mijn schoonvader. Hij zou deze dag 90 jaar geworden zijn. Zoals elk jaar hadden wij nieuwe plantjes en tuingereedschap bij ons.

Mijn schoonmoeder, zittend op haar daarvoor uitgeruste rollator, was in haar eigen gedachten gekeerd. Ineke, degene van ons met de groene vingers, was druk met een schepje in de weer om de oude plantjes te verwijderen. Ik ging met een leeg emmertje water halen uit één van de hiervoor bestemde tappunten.

Al zoekend liep ik langs de andere graven. Uit nieuwsgierigheid las ik de opschriften van de mooie en de minder mooie grafzerken. En ja, daar las ik op een zerk de naam van Roelof. Afgaande op zijn geboortedatum kan het niemand anders zijn dan de Roelof die ik gekend heb en waar ik een paar dagen eerder over geschreven heb.

Nadat ik water had getapt en weer terugliep naar het graf van mijn schoonvader, bekeek ik het graf van Roelof nog eens goed. Heb ik het goed gezien? Kan het iemand anders zijn? Een familielid of een naamgenoot? Ik denk van niet. Het toeval dat ik hem juist hier nu tref is weliswaar groot maar voor mij op een raadselachtige wijze niet te negeren.

Na het grafonderhoud en een stil maar verbonden samenzijn met mijn overleden schoonvader vertrokken wij naar het restaurant waar we meestal koffiedrinken.

Alle plaatsen in het restaurant waren gereserveerd voor de Paasbrunch en de Hightea. Wij konden nog wel buiten op het terras koffie geserveerd krijgen. De wind was na een onstuimige week weer tot rust gekomen en de zon is weer op de weg terug om in zijn volle kracht te komen waar we allemaal zo naar verlangen. Kortom, het was goed toeven daar.

Omdat mijn schoonmoeder mogelijk voor een verhuizing staat waarbij veel vragen beantwoord en twijfels weggenomen moeten worden, heb ik niets verteld over mijn bizarre ontdekking van het graf van Roelof.

Pas later op die dag vertelde ik het aan Ineke. Daarna zag ik het graf van Roelof weer voor me. Op het graf stond een vaas verse tulpen. Er lagen kindertekeningen in een plastic map. Er waren plantjes en lichtjes die op zonnecellen werken. En er stond een Boedhhabeeld.

Alles wees er op dat Roelof, overleden in 2002, niet vergeten was en geliefd werd tijdens zijn leven en nu nog steeds na zijn dood. Het Boedhhabeeld geeft ook aan dat Roelof zich tijdens zijn leven waarschijnlijk verzoend heeft met zijn lot.

Ik ben nog steeds verbaasd over deze wonderlijke ontdekking.

 

De weg kwijt

Featured image
Tijdens de verbouwing van het bankkantoor waar ik leiding aangaf,
kwam hij ineens binnenstormen. Hij moest mij met alle geweld
spreken. Roelof van Dam*. Ik had hem al een paar maanden niet
gezien. Na het faillissement van zijn bedrijf waren onze wegen uit
elkaar gegaan.

In de jaren die hieraan vooraf gingen had ik een intensief contact met
hem. Bij de start, de doorstart en tenslotte het ontmantelen van zijn
bedrijf. Roelof was metaalbewerker die tot de besten van zijn vak
behoorde. Hij had zich opgewerkt tot een zelfstandige alleskunner met
veel opdrachten waar zijn talenten goed tot hun recht kwamen.

Op een dag werd hij gevraagd om importeur te worden van een
gespecialiseerd zonweringssysteem. Een duur systeem dat bijzonder
geschikt was voor grote kantoorpanden en toegepast werd door
gespecialiseerde architecten. Zijn bedrijfje kreeg ook het alleenrecht
voor de montage en de plaatsing van dit systeem in de Benelux. De
vastgoedmarkt was in die tijd booming business. Mogelijkheden
genoeg om het geheel tot een succes te maken.

Maar helaas, het kwam niet van de grond. Als geldverstrekker had ik
vertrouwen in de marktmogelijkheden van het product en vooral in de
mens Roelof van Dam. Na een aantal jaren kwakkelen werd wel
duidelijk dat Roelof een vakman was maar geen zakenman. Hij kon
zichzelf en het mooie product dat hij in handen had niet verkopen.

Via zijn jongere broer was er een contact ontstaan met een
veelbelovend meubelontwerper die veel met metaal werkte. Roelof en
zijn broer konden de schetsen van de ontwerper ontwikkelen tot
uitstekende eindproducten. Zijn broer had het talent om de
meubelbranche voor deze moderne meubels te interesseren. De
technische deskundigheid van Roelof, zijn loods en zijn
bewerkingsmachines werden volop benut. Het kon de redding van het
bedrijf worden.

Echter het liep anders. De ontwerper wilde wel met de broer verder
maar niet met Roelof en zijn bedrijf. Zij vertrokken naar een ander
pand en investeerden samen in een nieuwe onderneming. Kort daarna
ging Roelof failliet.

De dag dat hij bij mij binnenstormde vertelde hij mij een
onsamenhangend verhaal over aliens die onze wereld bestuurden. Hij
zag dit niet als bedreigend. Er zou een nieuwe samenleving ontstaan
met onbegrensde mogelijkheden. Waarom hij mij hier deelgenoot van
wilde maken, begrijp ik nog steeds niet.

Roelof was de weg kwijt geraakt. Dat vernam ik later van zijn broer.
Zo gaat het helaas wel vaker met mensen die een belangrijke bijdrage
hebben geleverd bij de ontwikkeling van een bedrijf. Als ze niet meer
nodig zijn worden ze afgedankt terwijl de karavaan verder trekt.

Als onderdeel van diezelfde karavaan vraag ik me regelmatig af
waarom we toen zonder omkijken verder zijn getrokken.

De economische mores van dat moment is kennelijk net zo verblindend
als de alles verzengende zon in de woestijn.

*De naam van Roelof van Dam is fictief

Gerard

Checkmate

“Ik heb het gevoelen, om in schaaktermen te spreken, dat ik in het eindspel van mijn leven ben aangeland. Een onwerkelijke en nog niet te bevatten gedachte.”

Deze plechtstatige tekst ontving ik enige tijd terug van Gerard per mail. Drie maanden later was het zover.

Ik leerde Gerard zo’n vier jaar eerder kennen. Wij zaten als enige mannen in een revalidatiegroepje met 8 vrouwen. Heel gezellig. Jaarlijks kwam de groep bij elkaar  om samen wat te eten en bij te praten. Met Gerard had ik ook een één op één contact.

Wij mailden elkaar over onze medische ontwikkelingen en we wisselden foto’s en muziek uit. Tot na die laatste mail waar ik dit verhaal mee begon.

Kort daarvoor had ik een lunchafspraak met Gerard. Wij hadden afgesproken in Dreefzicht  een stadsvilla in de Haarlemmer Hout waar “La Place” nu in gevestigd is. Wij waren  beiden op de fiets gekomen. Nadat wij onze keus hadden gemaakt bij het buffet zochten we een plekje buiten in de zon. Het was een mooie dag.

Gerard had wijn genomen bij het eten en we praten over ons herstel en de behandelplannen van Gerard. Het gesprek werd  steeds persoonlijker en het ging uiteindelijk over de zin van het leven.

“Het leven heeft geen zin” zei Gerard. “Ook niet om het leven door te geven?” bracht ik hiertegen in. Ook dat weerlegde Gerard met zijn stelling dat de aarde vroeg of laat vernietigd zou worden door een ander hemellichaam. Nadat Gerard een tweede glas wijn had gehaald, viel het gesprek een beetje stil. Toen hij later wegfietste zag ik zijn gebogen rug en voelde ik zijn eenzaamheid in alle vezels van mijn lichaam.

Daarna kreeg ik geen contact meer met hem en belde ik zijn broer. Die vertelde me dat Gerard in het ziekenhuis lag en niemand wilde zien.

Een paar weken later belde de broer mij met de mededeling dat Gerard was overleden. Uit het gesprek met hem begreep ik dat Gerard het al veel eerder had opgegeven. Veel eerder dan ik had waargenomen. Hij zocht vergetelheid in de drank wat zijn lijdensweg heeft verlicht en ook bekort. Zoals hij het wilde. Omdat hij het eindspel begreep en accepteerde.

“Het leven heeft geen zin” die stellige overtuiging van Gerard vind ik een onwerkelijke en niet te bevatten gedachte. En toch begrijp ik dat het voor Gerard wel werkelijkheid was.